Spike Lee
Geboren op 20 maart 1957 in de Verenigde Staten
Spike Lee is wellicht de belangrijkste hedendaagse Afro-Amerikaanse filmmaker, wiens werk van onschatbare waarde is geweest voor de emancipatie van de Afro-Amerikaan in Hollywood. Lees manier van filmen is dan ook compromisloos en gaat de controverse nooit uit de weg. Stereotypen en vooringenomenheid worden met de voorhamer te lijf gegaan. Zijn prenten zijn stuk voor stuk sterk sociaal politieke aanklachten, waarbij hij niet enkel rassenthema's maar ook klasse- en geslachtsvraagstukken aanpakt.
De jonge Shelton Jackson Lee groeide op in Brooklyn en ambieerde eerst een carrière in de sport. Basketbal en meer bepaald de New York Knicks waren zijn eerste liefde. Pas later, toen hij school liep op het prestigieuze Morehouse Collegein Atlanta ontwikkelde hij zijn passie voor het medium film. Nog tijdens zijn studies massacommunicatie kwam hij terug naar New York voor het draaien van zijn eerste film: 'Last Hustle in Brooklyn' (1977). De op Super 8 geschoten film, schetste een portret van de zwarte en Puertoricaanse gemeenschappen die de buurt bevolken. Na het behalen van zijn diploma schreef Lee zich in in de kunstuniversiteit van New York, waar hij een master degree in filmproductie kreeg.
In 1982 maakte hij 'Joe Bed-Stuy Barbershop', waarmee hij een Student Award van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences in de wacht sleepte. Met de smaak van dit eerste succes nog vers op de papillen, nam Lee een agent onder de arm en ging op zoek naar deals. Hij slaagde er echter niet in een deal te bemachtigen en ging dan maar zelf fondsen werven. Zo kreeg hij 1,25 miljoen dollar bij elkaar en stak die in de productie van de komedie 'She's Gotta Have It' (1986). Het leverde hem een recette van 9 miljoen en de Prix de Jeunesse op het festival van Cannes op.
1989 werd het jaar van de grote doorbraak én de eerste controverse voor Lee. 'Do the Right Thing' toonde een hete zomer in een multi-raciale wijk, waar zowel de temperaturen als de rassenconflicten hoog opliepen. Het werd één van de meest besproken films van dat jaar en werd genomineerd voor een Oscar voor 'Beste Screenplay'.
In 1990 bracht Lee met 'Mo' Better Blues', een portret van de jazzwereld, hommage aan zijn vader, jazzmuzikant Bill Lee, om het daaropvolgende jaar opnieuw de controverse met bakken over zich te halen met 'Jungle Fever' (1991), met Wesley Snipes en Annabella Sciorra in de hoofdrollen. Reden van het publieke ongenoegen was deze keer het voorstellen van seksuele relaties tussen de verschillende rassen.
In 1992 kwam Lees meesterwerk uit. 'Malcolm X', met een schitterende Denzel Washington in de hoofdrol, werd een drie uur durende biografische film over de burgerrechtenactivist, waarvoor Lee zelfs in Mekka ging filmen. Lee, die zijn budget ruim moest overschrijden, kon hierbij rekenen op financiële steun van beroemdheden als Michael Jordan, Bill Cosby, Oprah Winfrey en Prince.
Na een zo zwaar politiek getinte film gemaakt te hebben, besloot hij het even over een andere boeg te gooien en leverde hij met 'Crooklyn' (1994) een komedie af, gebaseerd op ervaringen uit zijn eigen jeugd. In 1995 gooide Spike Lee opnieuw hoge ogen met zijn verfilming van 'Clockers', een roman van Richard Price. 'Clockers' documenteerde hoe jongeren verleid worden door het makkelijke geld van de criminaliteit. In 1996 viel Spike Lee vooral op door de uiteenlopendheid, zowel in stijl als in thematiek, die de twee filmen die hij dat jaar uitbracht, kenmerkte. 'Girl 6' vertelde hoe een werkloze actrice op een sekslijn terecht komt, terwijl 'Get on the Bus' een eerbetoon was aan de Million Man March. Het onderstreepte de veelzijdigheid van de artiest Spike Lee, die naast regisseert ook schrijft en in veel van zijn films zelf meespeelt.
Het maken van een biografische film over baseballlegende Jackie Robinson is er nog steeds niet van gekomen, maar met '4 Little Girls' realiseerde Lee een andere droom. De film documenteert de racistische bomaanslag op een schoolbus in Birmingham, Alabama, waarbij vier kinderen het leven lieten.
Met 'He Got Game', met opnieuw Denzel Washington in de hoofdrol, keerde Lee terug naar zijn eerste liefde. De film bestudeerde de rol van basketbal in het leven van een Amerikaanse scholier. In 'Summer of Sam' (1999) volgde hij dan weer seriemoordenaar David Berkowitz oftewel Son of Sam, die een zomer lang terreur zaaide in Brooklyn. De film werd, net als Spike Lees overige releases, op gemengde commentaar onthaald in de States. Over 'Bamboozled' (2001), een bittere mediasatire maar in de eerste plaats een regelrechte aanval op blank Amerika, waren de recensenten het dan wel weer roerend eens: zijn stereotiepe benadering van de thematiek werd op gezamenlijk boegeroep onthaald.
Alsof de man het met filmen alleen al niet druk genoeg had, breidde Lee zijn actieradius in 1992 uit naar de onderneming Spike's Joint, een kledingketen, het schrijven van verschillende boeken -hoofdzakelijk over het medium film- en de oprichting van het 40 Acres and a Mule Film Institute, om kansen te scheppen voor jonge filmmakers.