Sluiten

Blijf op de hoogte en meld je aan voor de Belbios Nieuwsbrief
Ontvang elke twee weken een overzicht van de nieuwste filmpremiers en leuke acties.


Veel kijkplezier!
Belbios

Sluiten
Sluiten

Welkom bij Belbios.nl Twitter Facebook

Lars Von Trier

Lars Von Trier

Geboren op 30 april 1956 in Denemarken

De saaie feiten: geboren als Lars Trier, te Kopenhagen op 30 april 1956, als zoon van zogenaamd Joodse ouders. Uit zijn eerste huwelijk heeft hij twee kinderen en uit zijn tweede (nog) geen. Woont nog steeds in de nabijheid van de Deense hoofdstad.
Iets minder saaie feiten: Lille Lars had altijd al de vreemde neiging om fobieën te ontwikkelen. De rest van de wereld was één grote bedreiging voor hem. Of zoals hij het zelf stelt: “Basically, I'm afraid of everything in life, except filmmaking”. Vandaar waarschijnlijk dat hij nog nooit één stap in een vliegtuig heeft gezet.

Of zijn ouders nu zijn ouders waren? Blijkbaar zijn moeder wel, maar degene waarvan hij meende dat het zijn vader was, bleek uiteindelijk iemand helemaal anders. Dus was hij ook geen Joodse afstammeling, zoals hij dacht, wat hij wel jammer vond (misschien nog steeds vindt?).

Hij is de illustere auteur van enkele wel zeer bizarre manifesten, waaronder de meest bekende Dogme 95 en ‘I, Lars Von Trier, am but a simple masturbator of the silver screen.’ Waarom dan die ‘Von’!? Ten eerste werd hij op ‘Det Danske Filminstitut’ zo genoemd en het staat toch altijd wel een beetje chiquer… Het is toch ook Johann Wolfgang von Goethe, Honoré de Balzac en Ludwig von Beethoven! En als alle grote meneren zich zo laten noemen…

De niet altijd even vrolijke Deen maakte in zijn jaren op de Deense Filmschool enkele producties, waarvan voornamelijk de laatste, ‘Befrielsesbilleder’ (in simpel Engels: ‘Images of Liberation’) op veel positieve reacties kon rekenen. Hij won er zowel in ‘82 als in ‘83 een prijs mee en de trend was gezet!
Voor de volledigheid de andere films: Orchidegartneren (The Orchid Garden) (1977), Menthe La Bienheureuse (1979), Nocturne (1981), Den Sidste Detalje (Het laatste detail) (1981). Jammer genoeg is er over deze korte producties weinig informatie te vinden… Hij zal zich à la Polanski schamen voor zijn schooltaken!

Opmerkelijk is wel dat hij tijdens zijn opleiding er al toe in staat was de filmstijlen van andere groten te kopiëren: zo kon de jeugdige student een ‘Sjöström’ of een ‘Bergman’ maken. Vooral van de eerste zal hij clair-obscur-technieken overnemen in bijvoorbeeld ‘Epidemic’ en ‘Europa’.

Zoals al te merken was aan zijn eigen naam, staat deze nobele Grootmeester nogal op vormelijke aspecten. Dit wordt al duidelijk bij zijn eerste drieluik (een formule waaraan hij nog steeds vasthoudt), de zogenaamde E ofwel Europa-trilogie. Alle verhalen gaan over een verscheurd of uiteenvallend Europa, en omdat Europa nu eenmaal met de letter ‘e’ begint, dan de titels van de drie films ook maar… Soms kan het leven toch eenvoudig zijn!

In de eerste film, ‘Element of Crime’ (1984), worden we al in een somber, herfstachtig okergeel gedompeld. Paarden worden uit kanalen gehesen, meisjes worden vermoord voor lottobiljetjes. Er is sprake van een verwarrend mysterie en een moeilijke zoektocht naar de dader van deze gruwelijke moorden. Er zit niets anders op, dan dat de rechercheur belast met het onderzoek zich gaat identificeren met de moordenaar en in diens huid moet kruipen, of toch dixit zijn mentor. Zodoende gaat hij op zoek naar de bruut, door mentaal in hem te muteren, om te ontdekken dat… (voor één keer eens geen spoiler). Kijk de film zelf maar eens, het is een aanrader!

Hier blijkt al heel duidelijk dat Von Trier staat op fotografisch perfectionisme en zich kan manifesteren met een zeer eigen stijl en beeldtaal. Hij kaapte met zijn debuut onmiddellijk de Grand Prix du Technique weg op het festival van Cannes.

De tweede film, ‘Epidemic’ (1987), is zo mogelijk nog donkerder en zwarter. Hij ruilt het herfstige palet in voor een grauwe, schreeuwerige zwart-witprent. Het verhaaltje: twee scenaristen geraken door een computerfout heel hun script en ten gevolge daarvan enkele jaren hard labeur kwijt. Nu moeten ze op enkele dagen tijd een heel nieuw script uit de mouwen schudden. Apocalyptiek pur sang: een epidemie walst over Europa, er wordt gestorven met bosjes, alles regent onder (nu, dat wil wel meer gebeuren in Scandinavië). De twee vrienden (gespeeld door Lars Von Trier zelf en zijn kennis en goede vriend Niels Vørsel) zien echter niet dat in het échte Europa hun scenario werkelijkheid wordt. Hun geliefden moeten eveneens onder de bijl… Dit alles met een meer dan beklemmende finale (die etterbuil!), alleen jammer dat de rest van de film een beetje teleurstelt. Arty farty, zeker en vast, maar er is meer nodig dan zwart-wit, real-time scènes en wat Deens gebrabbel om een interessante film te maken.

Eerste hoogtepunt van zijn carrière komt er na het zogenaamde ‘masturbatiemanifest’. In 1991 stelt onze goede man uit het nog niet zo hoge Noorden in Cannes ‘Europa’ voor, kaapt nu al voor de tweede keer de ‘Grand Prix du Technique’ weg voor een visuele platwals, die je K.O. achterlaat in je cinemastoeltje! Elk shot is even verbluffend in elkaar gestoken, zwart-wit en kleur gaan hand in hand, talrijke gastrollen, waaronder Von Trier zelf, als –jawel—een Jood, experimenten met verschillende lenzen en kleurenfilters, achtergrond- en dubbelprojectie, een verteller die bijna in slaap dommelt, historische zowel als politieke kritiek en een treinensymboliek om u tegen te zeggen.

Nergens in deze trilogie is de invloed van C.T. Dreyer, nog altijd Von Triers grootste voorbeeld, veraf, evenals de clair-obscurtechnieken van (deze keer) Ingmar Bergman (let maar eens op schaduw- of zonlichtstroken en de kunstverlichting) of de verhaaltechnieken van die andere Zweed, Victor Sjöström.
Maar na zoveel vormelijke zelfbevrediging gooit de onverbeterlijke filmmaker het over een geheel andere boeg met zijn Dogme 95-manifest.

Eerste film in het rijtje is het wereldberoemde ‘Breaking the Waves’ uit 1996 met een even sublieme als irriterende Emily Watson in de hoofdrol. Het begin van zijn tweede trilogie was wel goed voor de Grand Prix du Jury op het festival van Cannes, maar Mike Leigh’s ‘Secrets and lies’ was blijkbaar een maatje te groot.

Watson speelt een vrouw die alles, maar dan ook alles overheeft voor haar man, in een supergelovig boerengat ergens in de Schotse Highlands. Na een ongeval op een booreiland (een beklijvende scène met een schitterende Jean-Marc Barr, een van Von Triers vaste acteurs, in een bijrol) is hij verlamd ‘from the waste down’. Lopen is er voor hem er niet meer bij, evenmin als enkele andere essentiële geneugten in het leven, if you see what I mean. Omdat dit de goede man zeer spijt, laat hij zijn vrouw toe vreemd te gaan. Meer nog: ze móet zelfs! Maar zoals te verwachten valt, loopt niet alles zoals verhoopt en komt de edele vrouwe in problemen met enkele opstandige klanten. Niet dat ze zich graag laat prostitueren, maar zowel de liefde voor haar man als voor God nopen haar hiertoe; haar preutsheid daarentegen belet haar expliciete handelingen te verrichten (je zou als hoerenloper voor minder gefrustreerd zijn!).

In dit eerste luik zijn er al heel wat sporen terug te vinden van het glorieuze Dogme-manifest, dat Von Trier samen met Vinterberg (Festen) op 13 maart 1995 opstelde. Een eed aan cinematografische kuisheid, een stel regeltjes die ze zelf niet trouw kunnen zijn, een revolutie in filmland, maar volgens sommigen gewoon een storm in een glas water.

Op 1 april 1998 wordt het tweede Dogme-watermerk uitgereikt aan ‘Idioterne’, een waanzinnig hilarische komedie over een stel uitgebluste dertigers die hun ‘innerlijke Idioot’ willen vrijlaten en zo de goegemeente shockeren. Beroemd, zowel als berucht om zijn expliciete naakt (de ‘obeknell’!) en de bijna volledige naleving van het manifest (hij maakt slechts een tweetal foutjes, waarlijk een record!). Er wordt lustig op los gezeverd, Von Trier is de nieuwsgierige interviewer, die het mysterie van de Idioten wenst te achterhalen en Paprika Steen is, verleidelijk as ever als immobiliënmakelaar. Een leuke film zonder meer, maar het lijkt eerder een leuk speeltje dan een film die iets wezenlijks te vertellen heeft. Het concept is alvast ronduit subliem.

Zoals wel meer wil voorvallen, was Von Trier zijn experimenten snel beu. Toch hield hij nog even vast aan zijn pas verworven beeldtaal. Die gebruikte hij voor een hallucinant nieuw hoogtepunt: Dancer in the Dark (2000). Hiermee kaapte hij zijn (voorlopig) enige Gouden Palm weg en zo nam hij een overigens tamelijk oninteressante competitie het lekkerste snoepje af. Onze muziekfee annex nimf annex halfgodin mocht de prijs voor Beste Actrice mee naar Reykjavík nemen.

Zijn ode aan de Hollywoodmusical spettert van het scherm af. Björk en Catherine Deneuve maken vrolijke en iets minder vrolijke danspasjes en zingen al het leed en miserie van hun lijf af. Jammer van de ietwat dunne verhaallijn, maar met een godsgeschenk als Björk in de hoofdrol (nog nooit was een debutante op het witte doek zo overtuigend en bezwerend als Mevrouw Guðmundsdóttir; zonder Björk géén Dancer) en het genot van Deneuve nog eens te horen zingen (denk nog maar eens terug aan ‘Les parapluies de Cherbourg’, toen de Franse diva amper 16 was) is dat snel vergeven. De film telt enkele beklijvende scènes (vooral de moordscène en de executie op het einde), enkele ontroerende (Gene die dan tóch zijn fiets krijgt) en – gelukkig– genoeg meezingmomenten voor de Björk-fans.
Melodrama ten top gedreven, traantjes vloeiden met stromen over de wangen, ontroering alom, wat een ode aan de fifties musical! ‘Sound of Music’ door een wel zeer rare bril. Von Trier rijft zijn zoveelste triomf binnen.

Is dit dan geen Dogme meer? Nee, want van de tien originele geboden blijven er maar twee rechtstaan, en de zogenaamde 100 Eyes gooien veel roet in het eten. En een film over Amerika die integraal in Zweden is opgenomen, een mens kan er zich vragen bij gaan stellen… Het levert dan wel sprankelende cinema op, kuis is het helemaal niet.

En wat dat allemaal met die ruzies tussen de twee noordse genieën? Kijk naar de documentaire ‘100 Eyes’ (een extra op de dvd, voor de liefhebbers) en je kan met je eigen ogen de schade opmeten. Als substantiële reden voor het vertrek van de IJslandse komen we enkel te weten dat ze een bepaalde blouse niet mooi vond en haar dan ook in 101 stukjes scheurde. Cathérine die uit beeld wenste te blijven, loopt woedend rond. “Björk verkoos geen commentaar te verlenen”, luidt het in de generiek.

Kort nadat de hetze rond de Deense musical was gestild, komt Von Trier naar buiten met zijn nieuwste project: een trilogie over het Nieuwe Continent. Bizar, zeker omdat hij er nog nooit geweest is (nog steeds niet, trouwens). De eerste film, Dogville, werd in mei 2003 in Cannes gepresenteerd en kreeg tot zowat ieders verbazing geen enkele prijs toegeworpen.

Nicole Kidman speelt het verloren, arme schaap Grace, die op de vlucht is voor haar maffiaverleden. Ze komt na enkele omzwervingen aan in het kleine dorpje Dogville. Ze wordt daar in de oude mijnschacht ontdekt door Tom, het plaatselijk genie, of luidens hemzelve filosoof. Hij gaat voor haar pleiten bij de andere 15 dorpsbewoners in de hoop dat de wildvreemde, maar uiterst charmante Grace een frisse, nieuwe wind door het dorpje kan blazen. De versteende, bevroren, vastgeroeste dorpsgemeenschap staat zeer wantrouwig tegenover dit pleidooi, maar stemt toch in, op voorwaarde dat Grace enkele huishoudelijke en organisatorische taken verricht.

Wat zich daarna ontplooit tart alle verbeelding: Grace wordt als heidens element aanschouwd, behandeld als een slavin en verkracht als was ze een opblaaspop. Een christelijk boeteverhaal is het vervolg (Von Trier heeft überhaupt zijn communie gedaan!). Ze wordt geketend en nagekeken. Niemand vertrouwt haar nog en al snel blijkt dat de moraal in Dogville sterk te wensen overlaat.
Gracieuze Grace valt in ongenade, zowel in het stadje als bij haar achtervolgers: ze schakelen immers alle middelen in om haar terug te vinden. Uiteindelijk komt het tot een confrontatie tussen heden en verleden, karakter en situatie, boete en schuld, vergeving en represaille.

In een hallucinante eindsequens zien we het dorpje in vlammen opgaan en liggen de lijken opgestapeld: bewijs dus dat schijn bedriegen kan, denk alleen maar de naam van Kidmans personage, en dat Von Trier zich niet schaamt voor een beetje bloedvergieten. Op verschillende punten is Dogville een magnum opus. Het is een film zonder decors, dus eerder opgevat als toneelstuk, maar toch te verschillend van een theatervoorstelling om daarvoor te kwalificeren. Enkel de strikt noodzakelijke props zijn aanwezig, de nadruk ligt op dialoog en karakterstudie.

Het tempo is moordend traag, maar verveelt op geen enkel moment. Het is een zeer boeiende reflectie op enkele christelijke thema’s, zowel als op enkele door en door Amerikaanse motieven: het ‘wanted’-briefje dat opgehangen wordt aan de missiepost en de 4 juli-viering, bijvoorbeeld. Bizar dat iemand die er nog nooit geweest is en als enige informatiebron Hollywoodfilms heeft, die sfeer zo goed lijkt weer te kunnen geven. Maar ten tijde van het DFI kon hij zich de filmtechnieken van Dreyer ook al meester maken, dus dat moet niet noodzakelijk verbazing opwekken, maar wel des te meer ontzag en respect.
Voor de twee volgende films zijn voorspellingen voorbarig. Men kan dezelfde redenering behouden als bij de twee voorlopers: dan krijgen we films in min of meer dezelfde stijl en zal hij dus theatraal minimalistische drie uur durende cinema afleveren. Maar bij Von Trier weet je nooit. Misschien maakt hij wel Dogme #34.

Zoals het elk regisseur wil overkomen is het niet altijd zo eenvoudig te overleven. Als ‘art house’ regisseur kan je ook al niet rekenen op grote box office inkomsten. Of als je film in sommige landen niet vertoond mag worden (Idioterne), dan sluit je enige winst natuurlijk ook al uit.

Dan kan Von Trier als gerenommeerd cineast de Deense tv dankbaar zijn dat hij voor hen enkele producties mocht draaien. Eerste wapenfeit is zijn adaptatie van het Medea-stuk van Euripides. Samen met onder meer lichtend voorbeeld Dreyer herwerkt hij het klassieke drama, verplaatst het naar Denemarken (hij durfde toen ook al niet vliegen), zet er een nog grauwere ondertoon onder, hult alles in een mistig groen en maakt het drama completer. Hij houdt zich –geheel in zijn obsessie voor vormelijke aspecten—aan de regels van het klassieke drama (eenheid van plaats, tijd en handeling). Filmtechnisch misschien niet even briljant als zijn drie hoofdwerken, maar toch een fijne filmervaring.

Volgende opdracht voor het kleine scherm is ‘Riget’, een ‘hospital soap opera’. Oorspronkelijk een twaalfdelig epos, later samengeperst tot een vier uur durende marathon. Drie jaar later, we schrijven dan 1997, komt er een vervolg op deel I, niet onlogisch ‘Riget II’ genaamd. Het einde van het eerste koninkrijk liet nog te veel gaatjes open, het publiek wou meer, en Larsje kon na zijn echtscheiding een beetje financiële en emotionele steun wel gebruiken.

Ter ere van de millenniumviering vervaardigde hij ‘D-Dag’ (vrij vertaald naar het Engels: D-Day), samen met Dogme-collega’s Kragh-Jacobsen, Levring en Vinterberg. Concept: ieder cineast volgt een personage tijdens de millenniumnacht. Vanuit een centrale controlekamer worden de vier gevolgd en dat vormt dan de vijfde camera. Op verschillende tv-zenders kan de kijker zelf kiezen welke verhaallijn hem het meest aanstaat. Geen script, enkel onverwachte plotwendingen… En dat allemaal in niet-Dogme-taal; immers, na de vier eerste films was Dogme dood, tenminste als we Vinterberg mogen geloven (zie interviews op www.dogme95.dk).

Een unieke ervaring, want iedere Deen die zich de moeite getroost heeft om te kijken, heeft een andere film gezien. En is het niet weeral vormelijke Spielerei!? Men zou haast kunnen gaan denken, dat Von Trier geen zinnig woord te zeggen heeft...



Kerstmuts

Online 

reserveren en kopen

Film

Stad

Bioscoop

Datum

Kaarten

Reserveren voor deze voorstelling is
niet mogelijk.
Kies een andere voorstelling.Sluiten

Reserveren voor deze bioscoop
is momenteel niet mogelijk.

Sluiten
Opnieuw Reserveren Kopen

Belbios nieuwsbrief

Informatie over de nieuwsbrief