David Carradine
Geboren op 8 december 1936 in de Verenigde Staten
David Carradine (geboortenaam: John Arthur Carradine) is de oudste zoon van de legendarische acteur John Carradine, en is nu het “hoofd” van de acteursfamilie Carradine, met oa. zijn broers Keith Carradine en Robert Carradine en half-broer Michael Bowen, net als zijn dochter Kansas Carradine en nichtjes Ever Carradine en Martha Plimpton.
Hij is geboren in Hollywood en ging naar het San Francisco State College waar hij muziek theorie en samenstelling studeerde. Terwijl hij bezig was met het schrijven van muziek voor het jaarlijks optreden van de Drama opleiding ontdekte hij zijn eigen passie voor acteren.
Nadat hij 2 jaar in het leger had gediend, vond hij werk in New York als reclame maker en werd later beroemd met zijn rollen in toneelstukken op Broadway zoals in “The Deputy” en “The Royal Hunt of The Sun”, waarin hij speelde tegenover Christopher Plummer. Met deze ervaring keerde hij terug naar Hollywood, waar hij te zien was in de TV-serie “Shane” (1966), voordat hij bekend werd met zijn rol tegenover Barbara Hershey in Martin Scorsese’s eerste Hollywood-film “Boxcar Bertha” (1972). De serie “Kung Fu” (1972) volgde, waarmee Carradine wereldberoemd werd. Hij speelde 3 jaar in deze serie, daarna ging hij werken aan zijn film carrière.
Die carrière bestaat tegenwoordig uit meer dan 100 speelfilms, enkele tientallen televisiefilms, heel wat toneelstukken, en nog een hit TV-serie: “Kung Fu: The Legend Continues” (1992). Carradine ontving zowel de prijs voor beste acteur van het National Board of Film Review als een Golden Globe nominatie voor zijn optreden als Woody Guthrie in Hal Ashby's “Bound for Glory” (1976), en hij kreeg waardering van de critici voor zijn rol van Cole Younger in “The Long Riders” (1980), waarvan velen denken dat het zijn beste werk is tot op heden. “Kung Fu” werd ook nog zeven keer genomineerd voor een Emmy in het eerste seizoen, waaronder Carradine voor beste acteur. Ook won hij de People's Prize op het filmfestival van Cannes, “Director's Fortnight”, voor zijn werk aan “Americana” (1981), en hij werd voor de tweede genomineerd voor een Golden Globe voor zijn bijrol in de miniserie “North and South”.