Code Inconnu
In ‘Code Inconnu’ verweeft filmmaker Michael Haneke verschillende verhaallijnen, die elkaar al meteen kruisen in de openingsscène: Anne (Juliette Binoche) wordt, op weg naar haar werk, bij haar huis in een drukke Parijse straat aan-ge-klampt door Jean (Alexandre Hamidi), de jonge broer van haar vriend. Hij vertelt dat hij niet meer op de boerderij van zijn vader wil werken. Als hij in zijn woede een lege boterhamzak in de schoot van een bedelares gooit, wordt hij op zijn asociale gedrag aangesproken door de jonge Senegalees Amadou (Ona Lyu Yenke). Er ontstaat een handgemeen, dat erop uitdraait dat Amadou door de politie geboeid wordt weggevoerd en dat de bedelares, een Roemeense vrouw (Luminita Gheorghiu), het land wordt uitgezet.
Anne, die werkt als actrice, woont samen met Georges (Thierry Neuvic). Hij is als oorlogs-fotograaf vaak van huis. Zijn vader (Sepp Bierbichler) drijft een klein boerderijtje en kan het niet verkroppen dat zijn jongste zoon geen belangstelling heeft om het bedrijf over te nemen.
De jonge Senegalees Amadou geeft muziekles aan een instituut voor doofstomme kinderen. Hij en zijn familie hebben voortdurend last van de vreemdelingenhaat die nog steeds bestaat bij de autochtone bevolking van Parijs.
De bedelares Maria maakt van haar gedwongen terugkeer naar Roemenië gebruik om haar man, kinderen en kleinkinderen weer terug te zien. Zodra de mogelijkheid zich echter voordoet, reist ze illegaal terug naar Parijs.
We volgen de verhalen van deze karakters en van de mensen die hun pad kruisen.
Michael Haneke hanteert in deze film een vorm die enigszins doet denken aan zijn film ’71 Fragmente einer Chronlogie des Zufalls’ (1994). De verschillende scènes vormen een leg-puzzle die een beeld geeft van de thema’s die Haneke aan de orde wil stellen. Hij laat de film overigens het liefst voor zichzelf spreken, want als je de thema’s gaat benoemen (de Babylo-nische spraakverwarring in de moderne steden, de onmogelijkheid van goede communicatie tussen mensen, de kille consumentenmaatschappij, vreemdelingenhaat) lijken het van die clichés. De afzonderlijke scènes, door ‘zwart’ van elkaar gescheiden, zijn steeds opgenomen in één enkele camerabeweging. Sommige zijn kort, andere zijn ware huzarenstukjes, zoals een restaurantscène van bijna 7 minuten en de imposante openingssequentie van 8½ minuut.
Michael Haneke (1942): deze Oostenrijkse filmmaker studeerde filosofie, psychologie en theaterwetenschappen in Wenen. Sinds 1967 werkt hij als filmmaker, in het begin vooral voor televisie, maar sinds 1989 (Der Siebente Kontinent) ook als speelfilmmaker. Genoemde film vormt met ‘Benny’s Video’ (1992) en ’71 Fragmente einer Chronologie des Zufalls’ (1994) een trilogie, die gevolgd werd door de veelbesproken film ‘Funny Games’ (1997). Al zijn speelfilms zijn door Cinemien in Nederland uitgebracht.
Juliette Binoche geldt als een van de voornaamste Franse actrices van dit moment. Een greep uit haar œuvre : Mauvais Sang (1986), Les Amants du Pont Neuf (1991), Damage (1992), Trois Couleurs: Bleu (1993), The English Patient (1997), La Veuve de Saint-Pierre (2000). Zij heeft aan Michael Haneke gevraagd een rol voor haar te schrijven.